Onderzoek

Het onderzoek kent verschillende opties. Inventarisaties worden uitgevoerd ter onderbouwing van natuurtoetsen. Deze zijn ťťnmalig van karakter. Meestal worden diverse natuuraspecten onderzocht: flora en vegetatie, broedvogels, pleisterende vogels, insecten (dag- en nachtvlinders, sprinkhanen, libellen), amfibieŽn en reptielen, zoogdieren en soms ook de visfauna. Extra aandacht gaat uit naar beschermde soorten. De keuze van de te onderzoeken groepen hangt sterk af van de ligging van het project (stedelijk gebied, landelijk gebied, stadsrand etc.) en de aard van de aanwezige milieus. Bij terreinen met rietruigtes in het buitengebied gaat extra aandacht uit naar kleine zoogdieren waaronder de noordse woelmuis (Habitatrichtlijnsoort), waterspitsmuis, dwergmuis en amfibieŽn zoals de Europees beschermde rugstreeppad. Bij terreinen met oude gebouwen, bunkers e.d. wordt veel aandacht besteed aan mogelijk verblijvende vleermuizen (Habitatrichtlijnsoorten). De inventarisaties van zoogdieren en de visfauna worden uitbesteed. Een voorbeeld van een meer uitgebreide inventarisatie is het natuuronderzoek in het Westhoffbos, het onderzoek van de natuur van de polders ten westen van Spaarndam in 2008 en in de droogmakerij de Beemster in 2006. De resultaten van het onderzoek in de Beemster zijn ingebracht bij de ontwikkeling van een nieuw bestemmingsplan Landelijk Gebied.

Voorpagina natuurrapport Beemster

Rapport Beemster

Een ander type is het monitoringonderzoek. Het betreft vaak meerjarenprojecten waarbij jaarlijks een veldmeting wordt verricht. Het bureau is actief in de monitoring van de ontwikkeling van vochtige duinvalleien en de beheersmonitoring op de Liniedijk bij Spaarndam. Meestal betreft het vegetatieonderzoek, soms worden ook dag- en nachtvlinders in de monitoring betrokken.

Een enkele keer vindt er analystisch onderzoek plaats. Een voorbeeld hiervan is de analyse van 8000 waarnemingen aan nachtvlinders door G. Kaijadoe in de Amsterdamse Waterleiding Duinen gedurende de periode 1969-1990.